Albanië
Albanië telt bij het begin van de oorlog waarschijnlijk enkele tienduizenden Sinti en Roma. Velen behoren tot families die zijn gevlucht uit Roemenië, Servië, Kosovo en Macedonië, waar ze zwaar gediscrimineerd werden, zwaarder dan in Albanië, hoewel ze ook daar achtergesteld worden.

Albanië (inclusief het door Albanië geannexeerde Kosovo, plus een deel van Macedonië) wordt in 1939 bezet door Italië; een geluk voor de Joden, Sinti en Roma in het land, want Italië werkt nagenoeg niet mee aan hun deportatie, ook al is het Duitslands bondgenoot. Wel worden circa 700 Joden in kampen opgesloten, van wie een aantal worden uitgeleverd en vermoord.

Als Italië in september 1943 een wapenstilstand sluit met de geallieerden, nemen Duitse troepen Albanië in. Duitsland heeft echter andere prioriteiten en draagt al snel de macht over aan een Albanese regering. Tijdens de bezetting, die tot juli 1944 duurt (dan wordt een Albanees marionettenregime geïnstalleerd), worden wel vervolgingsmaatregelen genomen. Volgens sommige bronnen zijn bijna uitsluitend Joden daar het slachtoffer van, volgens andere zijn wel degelijk ook ‘duizenden’ Albanese Sinti en Roma vermoord.

Bulgarije
Duitslands bondgenoot Bulgarije voert in 1940 rassenwetten in. Die betreffen echter niet de circa 150.000 Sinti en Roma in het land, maar uitsluitend de Joden. Wel moeten duizenden Sinti en Roma dwangarbeid verrichten, vooral in de landbouw, de wegenbouw en bij de aanleg van spoorwegen, en wordt het hen verboden rond te reizen (ze zouden besmettelijke ziekten verspreiden). Er dienen ook Sinti en Roma in het Bulgaarse leger.

Bulgarije deporteert geen Joden, Sinti of Roma met de Bulgaarse nationaliteit. Plannen uit ’42-’43 om Bulgaarse Joden te deporteren komen niet tot uitvoering. Wel worden circa 12.000 Joden en enkele tientallen Sinti en Roma gedeporteerd uit de door Bulgarije geannexeerde gebieden (Grieks Thracië en een deel van Macedonië). Zij worden bijna allemaal in Treblinka vermoord.

Denemarken
Er leven in de jaren dertig heel weinig Sinti en Roma in Denemarken en bijna allemaal worden ze in 1939 door de Deense politie het land uitgezet. Degenen die er dan nog zijn (hooguit enkele families en misschien zelfs dat niet) worden onder de Duitse bezetting van Denemarken niet vervolgd.

Griekenland
De omvang van de vooroorlogse Sinti- en Roma-populatie in Griekenland is niet bekend, maar moet zeker tienduizenden hebben bedragen. Over hun lot onder de nazi-heerschappij bestaat eveneens veel onzekerheid.

In 1942 worden meer dan 300 Sinti en Roma door Duitse troepen vermoord. In 1943 maken de nazi’s plannen voor de deportatie van alle Sinti en Roma naar Auschwitz, maar de Griekse aartsbisschop Damaskinos * verzet zich daartegen. Daarop weigert de collaborerende Griekse regering onder premier Ioannis Rallis mee te werken. Over sommige delen van Griekenland heeft deze regering echter niet de controle en er is weinig bekend over wat daar is gebeurd. Wel staat vast dat de Sinti en Roma in de stad Ioannina (nabij Albanië) zijn uitgemoord en dat anderen naar Auschwitz zijn gedeporteerd.

Volgens getuigen zijn ook Sinti en Roma vermoord als represailles voor aanslagen door het Griekse verzet. Voor elke gedode Duitser werden 50 Sinti en Roma geëxecuteerd. Hoe vaak dit is gebeurd, is onbekend.

* Doopnaam Dimitrios Papandreou; in 1945-’46 op voorstel van Churchill regent van Griekenland en van 17 oktober tot 1 november 1945 eerste minister in een voorlopige regering.

Macedonië
Het aantal slachtoffers onder de Sinti en Roma in het door Bulgarije geannexeerde deel van Macedonië blijft beperkt. Velen weten de autoriteiten ervan te overtuigen dat zij Turks zijn of Albanese moslims. Sommigen sluiten zich aan bij de partizanen. Van de Joden overleven slechts enkelen.

Montenegro
Na de invasie van Joegoslavië door Duitsland en zijn bondgenoten in april 1941 wordt Montenegro een protectoraat van Italië. Er wonen dan enkele duizenden Sinti en Roma en enkele tientallen Joden. Tot Montenegro na de Italiaanse capitulatie voor de geallieerden in september 1943 door Duitsland wordt bezet, vindt er geen georganiseerde vervolging plaats. Het wordt een toevluchtsoord voor Joden, Sinti en Roma uit buurland Kroatië. Na de Duitse bezetting opent de Gestapo de jacht: enkele honderden Sinti en Roma en een groot aantal van de Joden in Montenegro worden opgespoord, naar concentratiekampen afgevoerd en vermoord. Circa 5.000 mensen weten naar buurland Albanië te ontkomen.

Noorwegen
In Noorwegen leven in de jaren twintig zo’n 125 Sinti en Roma. In de jaren dertig laat Noorwegen geen Sinti en Roma meer toe, zelfs niet als ze de Noorse nationaliteit hebben. In 1934 wordt drie families (Josef, Karoli en Modis), die na een reis naar Duitsland naar het land willen terugkeren, de toegang geweigerd. Ook Denemarken en Zweden laten de 66 mannen, vrouwen en kinderen niet toe. De families worden in de winter van 1943-’44 in België opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts vier van de 66 overleven.

Of er tijdens de Duitse bezetting nog Sinti en Roma in Noorwegen leefden, en wat hun lot was, is onbekend.

Slovenië
Op 6 april 1941 wordt Joegoslavië aangevallen door Duitsland en zijn bondgenoten. Het noordelijk deel van Joegoslavië (ruwweg het huidige Slovenië), wordt opgedeeld. Italië bezet het westen ervan, Duitsland voegt het midden toe aan Oostenrijk, en Hongarije krijgt een vrij klein gebied in het oosten toebedeeld.

Het is onbekend hoeveel Sinti en Roma er dan wonen. Bij vooroorlogse volkstellingen in Joegoslavië konden mensen niet aangeven dat zij Sinti of Roma waren (als ze dat al wilden). Aannemelijk is dat zij ongeveer hetzelfde lot ondergaan als de Sinti en Roma in de bezettende landen. Dat wil zeggen dat in het Oostenrijkse deel de meerderheid zou zijn vermoord, in het Hongaarse deel een kleiner, maar nog steeds groot aantal en in het door Italië ingenomen deel weinigen.

In het Italiaanse deel zijn wel ten minste 150 Sinti en Roma vermoord door partizanen. Die verdachten de Sinti en Roma ervan met de bezetter te collaboreren.*

* Bron: Race, Racisme and Social Work: Contemporary issues and debates, geredigeerd door Michael Lavalette en Laura Penketh, Policy Press, University of Bristol (GB), 2014.